|

Thema's

PACS II digitaal beeldmanagement in de gezondheidszorg

Steeds meer artsen, paramedici en verpleegkundigen maken gebruik van digitaal beeldmateriaal voor de ondersteuning van hun werkzaamheden. Digitale productie, opslag en ter beschikking stelling van medische beeldinformatie is belangrijk geworden in het zorgproces. Het integraal automatiseren van de logistieke hande-lingen hieromtrent verbetert de kwaliteit en de efficiëntie van het zorgproces.

 

Beeldmanagement omvat het gehele proces van acquireren, bewerken, autoriseren, archi-veren en distribueren van beeldmateriaal binnen een zorgorganisatie inclusief het gebruik van beelden door verschillende specialismen en de uitwisseling met derden zoals andere zorgorganisaties, huisartsen en patiënten.

 

 thema PACS II afbeelding 1

 

Radiologie was aanleiding en motor
Van oudsher spelen radiologiebeelden een belangrijke rol bij de diagnosestelling in de cura-tieve zorg. In veel ziekenhuizen worden sinds einde jaren 90 radiologiebeelden op grote schaal gedigitaliseerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van PACS: Picture Archiving and Communication System. In het PACS worden alle digitale radiologische beelden volgens het DICOM-protocol opgeslagen. Middels HL7-koppelingen worden de juiste patiëntengegevens van het ZIS/EPD naar het PACS gestuurd. De beelden en verslagen van de onderzoeken zijn vervolgens direct beschikbaar op het netwerk waardoor deze door de aanvragers gebruikt kunnen worden. Indien de resultaten mee moeten naar een andere locatie (ander ziekenhuis, fysiotherapeut, revalidatie enz.) dan kunnen deze via datacommunicatie of een DVD/CD worden uitgewisseld.

 

Ontwikkeling beeldmanagement
Inmiddels liggen beelden aan de basis van vrijwel iedere, door een medisch specialist ge-stelde diagnose. Medische beeldverwerking heeft tot doel de informatie zo te verwerken dat een betere beoordeling mogelijk wordt. Waar voorheen de nadruk lag op het blootleggen van de structuur en vorm van organen wordt in de toekomst functionele beeldverwerking steeds belangrijker. Functionele beeldverwerking toont de fysiologische activiteit, zoals bijvoorbeeld de doorbloeding, absorptie of verandering van het metabolisme van een orgaan. Analyseren van veranderingen in zowel structuur als functie geeft medische specialisten een krachtig gereedschap voor het stellen van diagnoses en het plannen van therapie. Hiervoor is innovatieve beeldverwerkingsoftware nodig. Het combineren van beelden verkregen met verschillende modaliteiten, of het combineren van functionele met conventionele beelden, wordt hybride beeldverwerking genoemd (Draaijers, 2009).
Met de ontwikkeling van medische beeldverwerking worden steeds hogere eisen gesteld aan het beeldmanagement. Naast de basis activiteiten als acquireren, autoriseren, archiveren en distribueren van beelden, neemt hybride beeldbewerking een steeds belangrijker plaats in.

 

Beeldmanagement draagt bij aan de behandeling van patiënten
Hybride beeldverwerking vereist dat beelden van verschillende modaliteiten in samenhang beoordeeld en bewerkt en zelfs gecombineerd kunnen worden. Ten einde dit te kunnen rea-liseren zullen de beelden op eenvoudige wijze ontsloten moeten worden. De huidige knel-punten, voor een belangrijk deel ontstaan door de eerder genoemde groei zullen verholpen moeten worden. Dit vraagt om een ziekenhuisbrede oplossing, met functionaliteiten die de logistiek van een specifieke afdeling ondersteunt. Zo wil een patholoog zowel micro- als ma-cro-opnames kunnen maken en metingen hierop kunnen verrichten. Een chirurg zal foto’s en videofragmenten van een ingreep willen vastleggen en in samenhang beoordelen. De MDL-arts wil endoscopiebeelden met een bijbehorend verslag kunnen vastleggen. De medisch fotograaf maakt een breed scala aan foto’s (jpeg) voor verschillende specialismen.
Kortom, beeldmanagement vraagt om een brede functionaliteit op organisatieniveau, afde-lingsniveau en op patiëntniveau voor:

  • het acquireren van beelden op de afdeling;
  • het ondersteunen van de logistiek op een afdeling;
  • hybride beeldverwerking op patiëntniveau;
  • centrale opslag en archivering van beelden op organisatieniveau;
  • distribueren van beelden op organisatieniveau en regionaal.

 

Grote groei van applicaties en dataopslag
Geleidelijk aan zijn steeds meer specialismen gebruik gaan maken van apparaten die digitale output kunnen produceren. Hierdoor neemt de diversiteit aan digitale gegevens snel toe. Dit resulteert in veel soorten beelden en bijbehorend commentaar en verslagen. Ook blijkt dat leveranciers van apparatuur inmiddels specifieke applicaties leveren waarmee de, door de eigen modaliteiten geleverde digitale output beoordeeld en bewerkt kan worden. In veel zorgorganisaties dreigt hierdoor geleidelijk aan een onbeheerste groei te ontstaan van ver-schillende applicaties en een mix aan centrale en decentrale opslag van allerlei beeldmateri-aal. De gevolgen hiervan zijn:

  • het distribueren en/of combineren van beelden is moeizaam en kostbaar;
  • er zijn hoge investering nodig om kennis van de verschillende systemen op te bouwen en in stand te houden;
  • ten gevolge van de decentrale opslag ontstaan hoge risico’s voor wat betreft be-schikbaarheid, betrouwbaarheid en beveiliging;
  • integratie met EPD/ZIS-systemen is moeizaam en vraagt voor iedere applicatie steeds weer nieuwe investeringen en een toename van de exploitatielast;
  • de kosten voor (IT-)beheer stijgen met iedere nieuwe applicatie.

thema PACS II afbeelding 2 

 

Ziekenhuisbrede PACS II oplossing op basis van standaarden
Het acquireren, opslaan en archiveren en distribueren van beelden is basisfunctionalitiet van een beeldmanagement systeem. Het beeldmanagementsysteem verwerft en integreert alle patiëntgerichte digitale output uit modaliteiten van veel verschillende leveranciers; radiolo-giebeelden en ook alle andere soorten onderzoeken en resultaten. Dit noemen we tweede generatie PACS ofwel PACS II.
Voor deze basisfunctionaliteit zijn de DICOM en IHE-standaarden ontwikkeld. Daarnaast levert veel medische apparatuur beelden in bijvoorbeeld tiff, jpeg of video in bijvoorbeeld mpeg4-formaat aan. Ook deze industriestandaarden zijn beschikbaar binnen een integraal PACS II beeldmanagementsysteem.

Ten behoeve van de integratie met het ZIS/EPD wordt gebruik gemaakt van HL7-berichten. Webservices kunnen gebruikt worden voor het ontsluiten van het beschikbare beeldmateriaal binnen en buiten de organisatie.

Door PACS II ziekenhuisbreed te implementeren worden veel van de eerder genoemde knelpunten opgelost. Beelden worden op een uniforme wijze verzameld en centraal opge-slagen. De opslag kan ingebed worden in een deskundige beheersorganisatie, waardoor be-schikbaarheid en veiligheid enorm toeneemt en de beelden geïntegreerd kunnen worden in het ZIS/EPD via één uniform interface.

thema PACS II afbeelding 3

 

Regionaal en landelijk beschikbaar
Daarnaast dient het beeldmanagementsysteem de mogelijkheid te bieden om beelden en bijbehorende verslagen beschikbaar te stellen aan derden. Hiervoor dient het XDS-I protocol ondersteund te worden. XDS-I is specifiek gericht op het uitwisselen van beelden en de bij-behorende verslagen. Het protocol is beschreven in het IHE Radiology Technical Framework, Cross-Enterprise Document Sharing for Imaging (XDS-I).

XDS-I stelt beeldmanagementsystemen in staat om een verzameling van XDS documenten met bijbehorende beeldinformatie te creëren en aan te melden in een algemeen XDS sys-teem. Het profiel definieert twee typen documenten:

  • beeldverslag, in PDF of HL7 v3 CDA R2 formaat;
  • verwijzingen naar de beelden via de DICOM SOP Instance UIDs (unieke identifiers voor specifieke DICOM beelden), verzameld in een DICOM Key Object Selection structuur.


Aan de hand van deze documenten kan een Document Consumer het verslag inzien, en in-dien gewenst door middel van de beeldverwijzingen de beelden bij de bron (het beeldmana-gementsysteem) ophalen. Dit kan zowel in het originele DICOM formaat (via een DICOM Retrieve) of via de zogenaamde WADO-methodiek. WADO is een webtransactie die zowel JPEG, Flash Video als een volledige DICOM transfer ondersteunt.

 

Openheid en flexibiliteit
Tot slot dient het beeldmanagementsysteem faciliteiten te bieden om de werkprocessen op de afdeling te ondersteunen en om de beelden op patiëntniveau in samenhang te beoordelen, te bewerken en zelfs te combineren. Door deze specifieke functionaliteiten als services op de basisfunctionaliteit te ontwikkelen kan een vergaande flexibiliteit verkregen worden en wordt investering in veel verschillende afdelingssystemen voorkomen.