|

Thema's

Stopt het PHR met Google Health?

Google kondigde onlangs het einde van haar Personal Health Record (PHR) aan. Gebrek aan belangstelling van consumenten is de belangrijkste reden. Ik lees vele aanvullende meningen. En, concurrent Microsoft gaat door met HealthVault. Tijd voor een doorkijkje.

 

Als Google stopt met haar PHR, krijgt de patiënt dan ooit zicht op al zijn gegevens? Beperkt de ondergang van Google Health het uitzicht op e-Health? Gaan selfservice, selfmanagement en coproductie bij eigen zorg en welzijn mee ten onder? Gaat zorg2.0 niet vliegen en zit er geen muziek in TIFKAP?

 

Google Health stopt

The Official Google Blog meldt: Now, with a few years of experience, we’ve observed that Google Health is not having the broad impact that we hoped it would. There has been adoption among certain groups of users like tech-savvy patients and their caregivers, and more recently fitness and wellness enthusiasts. But we haven’t found a way to translate that limited usage into widespread adoption in the daily health routines of millions of people. That’s why we’ve made the difficult decision to discontinue the Google Health service.

 

Lancering Google Health

Google lanceerde in februari 2008 haar PHR op HIMSS. Google Health verzorgt de opslag van alle gegevens van een patiënt. Daarnaast realiseerde Google:

  • Koppelingen met datasystemen van zorgorganisaties en zorgverzekeraars zodat een patiënt niet alles zelf hoeft in te toetsen.
  • Functionaliteit waarmee een patiënt zijn gegevens kan gebruiken. Een voorbeeld hiervan is het aanbieden van laboratoriumuitslagen voor een second opinion.

Daarnaast startte Google de verbreding van haar platform naar preventie en welzijn, inclusief de integratie met fitnessapparatuur en personal care devices (PCD). Toch had Google Health blijkbaar onvoldoende aantrekkingskracht voor consumenten of patiënten.

 

Wat remt gebruik PHR

Uit Amerikaans consumentenonderzoek blijkt dat meer dan 50% niet weet dat er zoiets als een PHR bestaat. En dat percentage is de laatste jaren niet gedaald. Ongeveer een kwart van de mensen vindt het portaal van hun ziekenhuis of huisarts een PHR.
Daarnaast blijkt dat minder dan 10% van de populatie PCD’s en persoonlijke fitnessapparatuur gebruikt. En, minder dan 15% van dergelijk apparaten kan een dataverbinding aan. Het PHR verliest nut als je geen persoonlijke fitness en gezondheidszorg devices kunt integreren.

 

Patiënten stoppen zelfs met het gebruik van het PHR als ze:

  • te veel gegevens zelf moeten intoetsen. Google Health omvatte te weinig koppelingen. Dat is ook niet eenvoudig in de zo grote en brede gezondheidszorgmarkt en de zeer versnipperde inzet van systemen. Daarnaast zijn nog lang niet alle gegevens in de gezondheidszorg digitaal opgeslagen en op een veilige manier uit te wisselen.
  • niet op zoek zijn naar veel nieuwe of aanvullende zorgverlening. Een groot deel van de zorg is natuurlijk vrij beperkt van omvang.

 

Google onderschatte de interesse van de consument in het gebruik van een PHR en had mogelijk te weinig zicht op wat zou hen motiveren om te beginnen en door te zetten. Daarnaast zou Google zich onvoldoende hebben gehouden aan CCR standaard. Daardoor ontstaan mogelijk meer weerstand en problemen om te koppelen.

 

Innovaties gaan langzaam

Veel nieuwe toetreders en met name leveranciers van horizontale technologie worstelen met de eigenaardigheden van de gefragmenteerde gezondheidszorgmarkt. Het is een wat conservatieve markt met heel veel regelgeving die in het kader van vernieuwingen zoals ehealth zelfs tegendraads kan werken.

 

Het kost veel tijd om bekendheid en vertrouwen op te bouwen. Ook de adoptie van innovaties verloopt langzaam. Professor Guus Schrijvers schreef onlangs nog het volgende. Uit studies in de USA en in Nederland blijkt, dat het gemiddeld zeventien jaar duurt, voordat een innovatie is geland in de totale gezondheidszorg. Na die periode is een bewezen nieuw geneesmiddel, een nieuwe vorm van diagnostiek of een bewezen nieuw zorgpad pas geaccepteerd. Met name verspreiding van kennis, opleiding en financiële prikkels kunnen dit bespoedigen.

 

Horizontale leveranciers hebben vaak niet de kennis en het geduld voor de succesvolle introductie van een product of dienst in de gezondheidszorg.

 

Hoe dan wel

Voor de zorg20-patiënt gaat het wellicht vanzelf maar, de belangrijkste motivatie om een PHR te gaan gebruiken is de aanbeveling van een zorgverlener of zorgverzekeraar. Zonder de adoptie door organisaties, die de gegevens ter beschikking moeten stellen, heeft een dergelijk initiatief weinig kans van slagen.

 

Als dit PHR vervolgens ook nog met één of een beperkt aantal zorgorganisaties is verbonden voor het uitwisselen van gegevens en het gebruiken van (portaal-)functies, stijgt de slagingskans. De patiënt wil namelijk meer dan alleen zijn eigen gegevens inzien. Hij wil bijvoorbeeld veilig communiceren met zorgverleners en anderen, afspraken maken en herhaalmedicatie aanvragen. De patiënt zit in een zorgtraject en wil dit met eigen inbreng vervolgen.

 

Trek maar de parallel met de belastingdienst die startte met elektronisch aangifte doen en mij nu een VIA biedt. Het biedt mij gemak, genot en soms gewin. Zo zou een PHR aantrekkelijk voor patiënten moeten zijn met bijvoorbeeld een mooie en fijne look and feel en gemakkelijk te koppelen met de EPD’s van zijn eigen zorgverleners. Hij moet het geen bezwaar vinden om al zijn gegevens erin op te slaan en te (laten) beheren door een derde. Hij moet ervan kunnen leren of anderszins baat bij hebben. En, het moet gewoon leuk zijn ...

 

Mijnenveld

Er bestaat een gerede kans dat er zeer veel verschillende patiëntportalen zullen ontstaan. Elke zorgverlener, zorgorganisatie, patiëntenvereniging en andere voor de patiënt van belang zijnde organisatie biedt straks een eigen portaal. Er zijn zelfs zorgorganisaties die meerdere portalen voor hun patiënten bieden. Zo ontstaat er voor de patiënt een “mijn-enveld”. En dus zal de behoefte toenemen om een plek te hebben waar:

  • al deze ongelijksoortige gegevensbronnen bij elkaar komen.
  • de gegevens veilig, altijd, overal en snel beschikbaar zijn – en, zo lang als nodig.
  • de patiënt niet alleen over zijn gegevens beschikt maar ook de betekenis en vervolgmogelijkheden in zijn eigen zorgtraject kan leren kennen en benutten.

Marshall Kirkpatrick stelt het volgende. Misschien was Google Health zijn tijd vooruit maar Google vergat een ecosysteem met geavanceerde functionaliteit te creëren waarin onder andere zorgverleners en ICT-leveranciers samenwerken.

 

En HealthVault?

Microsoft gaat door. Een onderscheidende factor van HealthVault is het aantal PCD’s waarmee de consument een verbinding kan maken. Er is een uitgebreid partnernetwerk dat producten en diensten ontwikkelt in samenhang met HealthVault.

 

Daarnaast zet Microsoft nadrukkelijk in op:

  • de integratie van HealthVault met bronsystemen van zorgorganisaties.
  • het samen met partners leveren van toegevoegde waarde voor patiënten én zorg-verleners/organisaties. Dit betreft onder andere de communicatie tussen arts en patiënt, interactie tussen lotgenoten en uitwisseling van gegevens tussen patiënt en zorgorganisatie.


Google Health beperkt zich te veel tot dataopslag. Het is niet leuk en niet “social”. Of zoals Adam Bosworth, één van de initiatiefnemers van Google Health concludeert: “Yes, they want to be healthy, but they want more than that. They want the encouragement and even the pressure of friends.” Kortom, wordt vervolgd …

 

Hans ter Brake