Mijn verwachtingen met betrekking tot de zorgICT voor 2012 zijn tweeledig. Het is allereerst duidelijk dat er verder bezuinigd wordt op de zorg. De zorgvraag neemt echter door medisch technische ontwikkelingen en vergrijzing snel toe. De overheid wil dat de uitgaven voor de zorg niet onbeheersbaar stijgen maar op zo'n 10 procent van het BNP blijven. Mede door de kredietcrisis groeit het BNP echter minder hard dan de zorgvraag. Dus, als we de patiënt geen zorg willen onthouden en de zorgverlener niet minder willen belonen, zal er anders, efficiënter gewerkt moeten worden.
ICT voor bureaucratie
Bezuinigingen worden vaak ingezet door regulering van boven af. Daarbij is ICT noodzakelijk. Want om te kunnen bezuinigen is er transparantie nodig en zal er sprake zijn van nieuwe regelgeving. Dat vergt in de regel extra investeringen in ontwikkelingen en implementatie van ICT. Zorgorganisaties hebben de afgelopen jaren enorm moeten investeren in nieuwe ICT voor transparantie, zorg-indicatie, WMO en declaratie (DBC, DOT). En dat geldt evenzeer voor ICT-bedrijven. Deze noodzakelijke investeringen in bureaucratie vormen een 'onbeheerbaar koekoeksjong' - om Mark Rutte in engere context te citeren - voor verdere innovaties en zorgverbeteringen
ICT voor innovatie
Toch wil ik heel graag dat er – meer - ruimte over blijft voor investeringen in innovaties die de zorgverlening zelf toegankelijker en beter maken. Ik weet dat er voldoende innovatiepotentieel is in de zorg, kijk maar naar het groot aantal inzendingen voor de Spider Award, de prijs voor het meest innovatieve zorgICT project van ICTzorg en “onze eigen Spiders in de nieuwsbrief van november 2011”. Veel van deze innovaties:
- dragen er aan bij dat de patiënt actiever betrokken wordt;
- hebben veel efficiëntie- en kwaliteitsverbeteringspotentieel;
- kunnen er voor zorgen dat de patiënt door verdere bezuinigingen en ontgroening niet te veel zorg onthouden zal worden.
Én, de zorgverlener die door innovatieve inzet van ICT meer kan produceren met een hogere kwaliteit, zal door marktwerking een hogere beloning ontvangen dan degenen die hun arbeidsproductiviteit niet verder verbeteren.
Bureaucratie ten koste van innovatie
Ik vraag me alleen af, wat er van al die innovaties daadwerkelijk geïmplementeerd wordt en hoe breed zij geïmplementeerd worden. Ik somber wel eens dat een te groot deel van al het geld dat in zorgICT wordt geïnvesteerd opgaat aan nieuwe bureaucratie waardoor er niets, of in ieder geval veel te weinig, overblijft voor zorginnovatie. Veel zorgorganisaties en samenwerkingsverbanden in Nederland hebben nog geen basis-EPD of geautomatiseerde gegevensuitwisseling. In nog maar een enkel ziekenhuis is papier geen noodzakelijke voorwaarde meer. Daar komt nog eens bij, dat het centraal afdwingen van bezuinigingen veel makkelijker is dan het breed doorvoeren van innovaties in werkprocessen – over organisatiegrenzen heen en met activering van de inbreng van de patiënt.
Ik merk wel op dat dergelijk ICT-projecten vaak heel goed gaan. De marktbrede invoering van DBC-software via 12 koplopers en bijna alle relevante ICT-leveranciers is daar een mooi voorbeeld van.
En het Landelijke EPD
Het komt in 2012 niet meer goed met het landelijk EPD in ruime zin. Deze innovatie slaagt niet. Nu eens niet direct door de zorg of de ICT maar door de politiek. Mijns inziens was er nooit een goede business case met antwoorden op: waarom, wat, wie, wanneer en hoe? Met name de ‘waarom’ en de ‘wie’ worden te divers beantwoord in de grote en diverse zorgsector. Hierdoor zijn voordelen niet voor alle betrokkenen even duidelijk en staan de neuzen niet zo maar gelijk gericht. Straffen en belonen kan helpen maar dan moet er wel zicht bestaan op de motieven van betrokkenen. In dat opzicht doen de ICT bedrijven met grote marktaandelen in de zorg, en dan met name de EPD- en ketenleveranciers, het nog niet zo slecht. Zij ontwikkelen en implementeren systemen op basis van standaarden en creëren een interessant aanbod voor grote groepen klanten.
Interessant is de regionale benadering. Op de dag dat het LSP de aftocht blaast, krijgt Zorgportaal Rijnmond de Spider Award uitgereikt. Dat is opmerkelijk. Een mogelijke verklaring hiervoor is:
- Bij business cases op landelijk niveau zijn er vele “waarom’s” en “wie’s”;
- In Rijnmond steekt men van wal als een aantal participanten aan boord zijn;
- Op landelijk niveau is de patiënt er pas vanaf oktober 2009 moeizaam ingevlochten;
- Rijnmond koerst primair af op de patiënt; gegevens uitwisseling tussen zorgverleners is secundair en wordt waar nodig ingevuld met betrokkenheid van de patiënt.
Innovatie op lokaal niveau
Voordeel van het niet doorgaan van het LSP is, dat er meer ruimte komt voor zorginnovatie op lokaal niveau. Want door de strubbelingen met het landelijk EPD is er op lokaal niveau toch vaak en lang een afwachtende houding aangenomen. Bestaande systemen en standaarden zijn zelfs onvoldoende doorontwikkeld waardoor ze nu het stempel ‘onveilig’ hebben en er nog te weinig sprake is van betrokkenheid van de patiënt bij de gegevensuitwisseling. Te vaak klonk het geluid dat eerst het landelijk EPD ingevoerd moest worden, daarna zou men wel verder zien. Het excuus dat een innovatie moet ‘wachten op het LSP’ kan voortaan niet meer gebruikt worden om niet te innoveren.
Overigens, dat het LSP niet doorgaat dupeert ook een aantal ICT-leveranciers. Zij hebben fors geïnvesteerd in de aansluiting van hun systemen op de landelijke infrastructuur. Zij hebben soms een deel van deze investering vergoed gekregen maar kunnen er nu niet op de beoogde wijze verder mee ondernemen. Ik hoop dat overheden en zorgorganisaties hier oog voor hebben en dat dit niet leidt tot verbreding van de kloof die veel leveranciers toch al ervoeren tijdens dit proces.
Papier kan niet meer meedoen
In 2012 dreigen zorgorganisaties in een soort van squeeze te komen:
- Overheid en zorgverzekeraars zullen op korte termijn geen grote investeringen doen of mogelijk maken. De investeringsmogelijkheden van veel zorgorganisaties zijn niet groot. Het eigen interne EPD is veelal nog niet op orde en de infrastructuur voor uitwisseling van informatie met patiënten en tussen zorgorganisaties is minimaal geregeld.
- Patiënten en zorgmedewerkers willen actiever gebruik maken van ICT. Nagenoeg iedereen regelt veel van zijn zaken via het internet. Steeds meer patiënten en medewerkers willen ook via digitale services met zorgorganisaties werken. Denk daarbij aan e-Health en e-hrm waarbij de ‘e’ staat voor ‘empowered via het internet’. App’s op smartphones en tablets worden nu razendsnel geaccepteerd; er zijn er vele duizenden voor patiënten en artsen. Patiënten zullen willen dat die app’s horizontaal samenwerken en kunnen communiceren met - de EPD’s van - zorgverleners. Dokters zullen het gemak van hun iPad ook in hun dagelijkse werk willen ervaren.
- Specialiseren en samenwerken lijkt het adagium voor zorgorganisaties voor de nabije toekomst. Hierdoor wordt uitwisseling van gegevens – zelfs complete dossiers van patiënten – nog belangrijker dan dat het vandaag al is.
Zorgorganisatie zullen zich hierop moeten voorbereiden. Papier kan niet meer meedoen in dit spel.. Een goede visie op standaardisering, gegevensuitwisseling en applicatie-integratie is belangrijk. Daarnaast moeten de infrastructuur, toegangs- en beveiligingsbeleid op orde zijn.
Meer hitte
In Nederland zijn onder andere de stichtingen IHE, HL7, OZIS en DCM gericht op de technische standaarden voor gegevensuitwisseling in de zorg; veelal in relatie met internationale standaarden. NICTIZ zou ‘in haar tweede leven’ een faciliterende en versnellende rol kunnen innemen. Daarnaast – en zo mogelijk nog belangrijker – zullen gegevens (eenheid van taal) en werkprocessen (zorgstandaarden) in de zorgverlening verder gestandaardiseerd moeten worden. Hierdoor kan ICT beter worden ingezet voor toegankelijkheid, kwaliteit, efficiëntie en transparantie van zorg. Alleen dan kunnen systemen zinnig gekoppeld worden en is semantische interoperabiliteit realiseerbaar. Alleen dan kan de patiënt zinvol participeren – meedenken, meebeslissen en meedoen. Dat zou NICTIZ in samenwerking met de zorgberoepsgroepen verder kunnen entameren. Wellicht moet de ‘ICT’ daartoe uit haar naam.
Het aller belangrijkste is echter dat patiënten(organisaties), zorgorganisaties én ICT-bedrijven het ‘zien en voelen’; zij moeten het namelijk samen gaan doen. Of zoals Ronald Reagan bij herhaling zei en nog vaak geciteerd wordt: ‘When you can't make them see the light, make them feel the heat’. Ik hoop en verwacht dat 2012 op vele vlakken meer hitte brengt dan 2011.