De ontwikkeling van marktwerking in de Nederlandse zorgsector leidt tot meer concurrentie tussen zorgorganisaties op basis van cliënttevredenheid, kwaliteit en prijs. Overheden en zorgverzekeraars nemen dit op in de onderhandelingen met koepels en zorgorganisaties. Daarnaast neemt de druk op de zorg toe door de toenemende zorgvraag, de doorlopende ontwikkeling van de techniek en behandelmogelijkheden en de afname van het aantal jonge mensen dat op de arbeidsmarkt beschikbaar komt. De beschikbare financiële middelen nemen niet naar verhouding toe. Hierdoor ontstaat veel aandacht voor een integrale, procesgerichte aanpak van de bedrijfsvoering in afstemming met de zorglogistiek.
Ook aard van de zorgvraag blijft in beweging. Nederland krijgt meer oudere mensen die ook steeds ouder worden. Het aantal mensen met chronische aandoeningen en comorbiditeit neemt toe. Dat vraagt om zorg die bij voorkeur dicht bij huis en in samenhang wordt verleend. Dit leidt tot intensivering van de afstemming tussen gespecialiseerde zorgverleners. Daarom zal er de komende tijd hard gewerkt worden aan het ontwikkelen van zorgstandaarden, zorgprogramma’s en andere voorzieningen voor goede samenwerking. Er zullen kwaliteitsindicatoren worden ontwikkeld zodat cliënt en zorgverzekeraar ook daadwerkelijk weten welke netwerk van zorgverleners de beste kwaliteit en begeleiding biedt.
Dan zien we de ontwikkeling bij de cliënt zelf. Van een patiënt die zich tijdens ziekte en verzorging overgeeft aan de zorgsector ontwikkelt deze zich meer en meer tot een goed geïnformeerde consument en coproducent van eigen zorg en welzijn.
Hierdoor zullen wij meer cliënten zien aan het toetsenbord voor digitale services van zorgorganisaties. In eerste instantie voor self service en dit zal zich door ontwikkelen naar self management en coproductie.
De zorglogistieke en inhoudelijke samenhang tussen de verschillende onderdelen - zoals ziekenhuizen en care-organisaties - zal worden vergroot. Langdurige zorg - zowel thuis als in verpleeghuizen - staat vaak in relatie tot ziekenhuisopnames en huisartsen. Het onderscheid tussen ziekenhuizen, GGZ en care is ook niet altijd eenduidig te maken. De gezondheidszorg beweegt in hoog tempo richting “genetwerkte zorg”.
Verschillende bronnen geven in hun toekomstbeeld aan dat rond 2025 ruim 20% van de beroepsbevolking werkzaam zou moeten zijn in de zorgsector om aan de toekomstige zorgbehoefte te voldoen. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat nu al sprake is van schaarste op de personeelsmarkt. Gevolg is dat zorgorganisaties zich vanuit hun rol als werkgever voor de uitdaging gesteld zien om voldoende medewerkers te werven, hen te binden en te ondersteunen bij de uitoefening van hun werkzaamheden. Daarnaast zullen innovatieve domotica en IT significant moeten bijdragen en zeer "zichtbare" componenten worden in de zorgverlening.
Ziekenhuizen
Ziekenhuizen zijn in staat meer inkomsten te genereren naarmate zij efficiënter georganiseerd zijn. Efficiëntie betekent: in staat zijn meer patiënten met dezelfde middelen effectief door – steeds vernieuwende - zorgprocessen te loodsen. De vernieuwde zorgverzekering speelt hier op in door zorgverleners de kans te geven meer inkomsten te genereren door de ‘patiënt doorstroom’ te optimaliseren. Uiteraard met goede kwaliteit. Een logisch gevolg van toenemende concurrentie en kostprijsdruk is dat zorgorganisaties zullen overwegen om zich te specialiseren en/of meer productgericht te organiseren.
Om de doorstroom te maximaliseren leggen zorgorganisaties meer nadruk op het optimaliseren van zorgprocessen in de organisatie. De Diagnose Behandeling Combinaties (DBC’s) staan hierbij centraal en zijn bepalend voor de omzet en resultaat. Voor zorgorganisaties heeft dit de volgende consequenties:
-
Zorgprofessionals zullen over de juiste informatie moeten kunnen beschikken om patiënten doelmatig te kunnen behandelen.
-
Zorgmanagers zullen het lokale zorgproces zo gaan inrichten en aansturen dat de schaarse middelen optimaal worden benut teneinde de doorstroom van patiënten te maximaliseren.
-
Zorgbestuurders zullen meer gaan sturen op het netto resultaat. Strategie, positionering en keuzes over het aanbod van behandelingen zullen in toenemende mate worden bepaald op basis van toegevoegde waarde.
GGZ
Net als in andere zorgsectoren doet ook in de GGZ de gereguleerde marktwerking zijn intrede. Dit leidt tot een zich terugtrekkende overheid, die gelijktijdig ook juist meer toezicht op het GGZ-segment wil houden en de sector overlaadt met nieuwe regelgeving. Het meest in het oogspringend hierbij zijn de DBC’s die verplicht geregistreerd en gefactureerd moeten worden. Maar daarnaast ook de introductie van de WMO en dus de inkrimping van de AWBZ, de versterking van de eerste lijn, de scheiding van cure en care, de invoering van ZZP’s voor langdurende GGZ en de indicatiestelling vanuit één punt (CIZ). De gereguleerde marktwerking heeft tevens tot gevolg dat de inkoopmacht van de zorgverzekeraars toeneemt. Hierop reageren GGZ-organisaties door enerzijds voldoende onderscheidend vermogen met een goed behandelaanbod te creëren en de eigen bedrijfsvoering verder te optimaliseren en anderzijds door schaalvergroting en ketenvorming na te streven. Deze ontwikkelingen en de toenemende participatie van de cliënt leiden tot meer transparantie van de GGZ-zorg. Daarbij gaat de aandacht uit naar evidence-based behandelen en effectmeting.
Care
Binnen het care-segment stijgt de vraag naar zorg structureel. De oorzaak ligt enerzijds in demografische aspecten als de aanzwellende grijze golf en langere levensverwachting van de Nederlandse bevolking. Maar ook is er sprake van een grotere toestroom doordat er meer cliënten zijn die na een ziekenhuisopname in de thuissituatie herstellen omdat in de ziekenhuizen meer de nadruk komt op ‘korte behandeling’ dan op ‘herstel’.
De cliënt staat centraal en geeft zelf richting aan zijn leven en te leveren zorg. In de zin van maatschappelijke participatie speelt zelfredzaamheid een steeds grotere rol. Dit gaat hand in hand met een grotere eigen verantwoordelijkheid voor de cliënt waarin zelfzorg een grote rol speelt. Hij wordt mondiger en zich meer bewust van zijn recht op zorg en kan kiezen uit meerdere zorgaanbieders. Professionele zorg vormt een aanvulling op de beschikbare zelf- en mantelzorg. Ondersteuning wordt geboden indien gewenst of noodzakelijk.
Bij de zorgaanbieders is een duidelijke verschuiving zichtbaar van een aanbodgerichte naar een holistische en emancipatorische visie op zorgverlening.
De overheid propageert marktwerking en concurrentie als middelen om de kosten te beheersen. In die lijn is het financieringsmodel voor het care-segment in beweging. In deze stelselwijziging zorgde de invoering van de WMO voor een nieuwe financieringsstroom met gemeenten als nieuwe contractpartners voor de care-organisaties. Ook de AWBZ-financiering is aan verandering onderhevig, bijvoorbeeld in het bepalen van nieuwe zorgzwaartepakketten. Vanuit de overheid en de maatschappij neemt de druk op zorgorganisaties toe voor wat betreft de transparantie over de geleverde dienstverlening.
Bovenstaande vraagt om een meer bedrijfsmatige aansturing van care-organisaties en leidt tot een grotere behoefte aan integrale registratie en meer nadruk op kostenbeheersing.